Het hart wist het al.

Gepubliceerd op 23 januari 2026 om 22:18

Soms spreekt een kind een zin uit die niet bedoeld is als droom, maar als richting. Niet als een concreet toekomstplan, maar als een innerlijk weten dat zich nog niet kan uitleggen. Als jong meisje zei ik zonder aarzeling dat ik later hartchirurg wilde worden. Een dokter. Iemand die harten opent, onderzoekt, herstelt en weer sluit. Ik zag het voor me in beelden die pasten bij mijn leeftijd: een witte jas, felle lampen, een ruimte waarin focus en verantwoordelijkheid samenkomen. Wat ik toen nog niet wist, is dat het leven zelden letterlijk neemt wat het hart symbolisch bedoelt, en dat het bovendien een uitstekend gevoel voor timing en humor heeft.

 

Terugkijkend begrijp ik dat het meisje dat ik was niet zozeer een beroep benoemde, maar een kwaliteit. Het ging haar niet om status of aanzien, maar om nabijheid bij het meest kwetsbare. Om precisie zonder hardheid. Om durven kijken waar anderen wegkijken. Ze had nog geen taal voor bewustzijn, geen woorden voor innerlijk leiderschap, geen idee van wat coherentie eigenlijk betekent. Maar ze voelde feilloos aan dat haar plek daar lag waar het leven rauw, eerlijk en open is. Dat weten verdween niet, ook al nam het leven me mee langs paden die er op het eerste gezicht niets mee te maken leken te hebben.

 

Het leven koos geen rechte lijn, en eerlijk gezegd zou ik die achteraf ook niet vertrouwd hebben. Het boog, vertraagde, confronteerde en nodigde me uit om steeds opnieuw te kijken wie ik was wanneer niets meer vanzelfsprekend voelde. Ik werd vrouw via ervaring, via verlies en liefde, via momenten van vallen en opnieuw leren staan. Er waren fases waarin ik dacht dat ik ver afgedwaald was van dat meisje met haar grote uitspraak, om later te ontdekken dat ik juist dieper in haar richting bewoog. Soms is verdwalen namelijk de meest precieze route die er bestaat.

 

Langzaam begon ik te begrijpen dat leiderschap niet begint bij weten, maar bij kunnen blijven. Blijven bij ongemak, blijven bij onzekerheid, blijven bij dat wat zich nog niet laat oplossen. Ik ontdekte dat veel mensen hun leven leiden vanuit versnippering: denken in het ene spoor, voelen in het andere, handelen ergens daar tussenin. Het werk dat ik vandaag doe – met spirituele openingen, rituelen, ceremonies en therapeutische begeleiding – is in wezen niets anders dan mensen terugbrengen naar samenhang. Niet door iets toe te voegen, maar door weg te nemen wat niet meer klopt.

 

Ik zie mensen binnenkomen die functioneel zijn, slim, succesvol zelfs, maar innerlijk uit lijn. Ze voelen dat er iets wringt, maar weten niet precies waar. En daar, in die subtiele spanning, begint bewustzijnsgroei. Niet met grote inzichten, maar met het eerlijke besef dat het zo niet langer coherent voelt. Coherentie is voor mij geen spiritueel concept, maar een geleefde staat waarin denken, voelen en handelen elkaar niet tegenspreken. Het is de stilte die ontstaat wanneer je stopt met toneelspelen voor jezelf.

 

Soms kijk ik naar mezelf alsof ik zowel toeschouwer als deelnemer ben, alsof ik mezelf zie staan in het midden van alles wat geweest is en alles wat nog komt. Ik herken het meisje dat ik was, haar helderheid, haar onbevangen vertrouwen. Ik zie de vrouw die ik ben, met haar lagen, haar ervaring, haar scherpe én zachte randen. En ik voel wie ik aan het worden ben, niet als doel, maar als beweging. Het raakt me hoe deze versies steeds minder tegenover elkaar staan en steeds vaker samenvallen.

 

En ja, hier komt de humor van het leven om de hoek kijken: ik ben geen hartchirurg geworden in een ziekenhuis, maar ik werk dagelijks met harten. Geen scalpel, maar aanwezigheid. Geen verdoving, maar waarheid. Geen operatiekamer, maar een ruimte waarin iemand zichzelf weer durft te ontmoeten. Het leven nam mijn kinderzin uiterst serieus, alleen niet op de manier die mijn hoofd toen kon bedenken. Achteraf gezien is dat misschien wel de meest liefdevolle correctie die er bestaat.

 

Misschien raakt dit verhaal ook iets in jou. Misschien heb jij ooit uitgesproken wat je wilde worden, om later te denken dat het mislukt is, veranderd of simpelweg niet is uitgekomen. Wat als dat niet waar is? Wat als jouw verlangen niet verdwenen is, maar wacht op een vorm die beter past bij wie je nu bent? Leiderschap vraagt niet dat je vasthoudt aan oude beelden, maar dat je de moed hebt ze los te laten wanneer ze te klein zijn geworden.

 

Werkelijk leiderschap begint daar waar je stopt met doen alsof. Waar je verantwoordelijkheid neemt voor je innerlijke waarheid, ook als die niet past in bestaande kaders. Het vraagt geen perfectie, maar aanwezigheid. Geen snelheid, maar precisie. En soms vraagt het dat je met een glimlach terugkijkt op hoe serieus je jezelf ooit nam, terwijl het leven al lang wist wat je werkelijk bedoelde.

 

Het hart wist het al. Altijd. En misschien weet het jouwe dat ook. De vraag is niet of je het kunt horen, maar of je bereid bent ernaar te leven. Want coherentie is geen eindpunt dat je bereikt, maar een herinnering die je belichaamt. En leiderschap is niets anders dan de moed om die herinnering dagelijks serieus te nemen.

 

Aho